Hoe Huib Hoste evolueerde van klassiek naar modernistisch architect

Hoe Huib Hoste evolueerde van klassiek naar modernistisch architect

Hoe Huib Hoste evolueerde van klassiek naar modernistisch architect

Woningen uit het begin van de 20ste eeuw werden lang niet gezien als erfgoed en waardevol. Te recent, niet voldoende historisch. Belangstelling ontstaat pas laat. Dat geldt ook voor Huis Billiet: in 1994 ligt een aanvraag voor sloop bij Stad Brugge. De stad weigert de aanvraag omdat ze beseft dat de woning toch iets betekent in de architectuurgeschiedenis. Huib Hoste is niet de eerste de beste architect. Hij was een van de vaandeldragers van de modernistische beweging in België. Hij is dat samen met onder andere Victor Bourgeois en Henry Van De Velde. Hoste is minder bekend bij het grote publiek; hij ontwerpt namelijk minder iconische gebouwen. De instorting in 1926 van een nieuwbouwvleugel van het Sint-Jozefsinstituut in Brugge fnuikt zijn carrière: grote opdrachtgevers gaan met hem niet langer in zee en hij verliest ook zijn zeer recente aanstelling aan La Cambre, de Architectuurschool in Brussel.

Kennismaking met het modernisme en De Stijl

Maar Huib Hoste weegt wel op het architectuurdebat en omarmt het modernisme met volle overtuiging. Hoste wordt geboren in Brugge en groeit er op. Hij volgt een opleiding tot architect aan de Academie en wordt er gevormd in de traditionele bouwstijlen die gangbaar waren rond de eeuwwisseling (19de-20ste eeuw). Hij vervolmaakt zich daarin door zich verder te scholen in Gent bij Cloquet. Zijn eerste opdrachten liggen in die lijn van de traditionele bouwstijlen: hij bouwt traditioneel en werkt mee aan heel wat “kunstige herstellingen” in Brugge. Dat zijn typische Brugse restauraties.
Het modernisme leert hij kennen kort voor WOI in Amsterdam. Hij ontmoet er het werk van Berlage. Hendrik Petrus Berlage is op dat moment een toonaangevend architect van de Amsterdamse School. Tijdens WOI vlucht Hoste naar Nederland en ontmoet er Theo van Doesburg en Georges Vantongerloo, drijvende krachten achter De Stijl, een beweging van modernistische kunstenaars. Ook Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld maken deel uit van De Stijl.
Rietveld stoel - 300pxjpg
Rood-blauwe stoel van Rietveld - kenmerkend voor De Stijl
 

De Stijl streeft naar “de nieuwe beelding”. Een kunststroming met een duidelijke wisselwerking tussen architectuur, schilderkunst, meubelkunst en later ook literatuur. Deze stroming surft op de industriële, wetenschappelijke en sociale veranderingen die in het begin van de 20ste eeuw plaatsvinden. Dat vertaalt zich architecturaal in een drie-dimensionaal volumespel, het gebruik van nieuwe materialen en technieken en het gebruik van kleurvlakken in de primaire kleuren blauw, rood en geel, aangevuld met zwart, grijs en wit om het drie-dimensionale beeld nog te versterken.
Omwille van de woningnood in Nederland is er een sterke vraag naar efficiënt en goedkoop bouwen. De Stijl speelt daarop in met een de facto sobere architectuur waarbij architectuur ook sociaal moet zijn. Net daarom sluiten ook linkse kunstenaars en communisten zich aan bij de beweging.
Tijdens zijn verblijf in Nederland ontwerpt Huib Hoste het Belgenmonument in Amersfoort en maakt hij deel uit van de commissie die de wederopbouw van België voorbereidt. Na de oorlog vloeit daar onder andere de opdracht uit voort in Zonnebeke. Hij ontwerpt er de kerk, pastorie en school.

Publicatie in tijdschrift De Stijl

Huib Hoste publiceert in het tijdschrift van De Stijl. Daarin zet hij zijn ideeën over architectuur uiteen. Delen van het tijdschrift met de bijdrage van Huib Hoste in jaargang 1 nr 8 zijn gedigitaliseerd. Hij heeft het in zijn essay over architectuur als ruimtekunst en roept op om de nieuwe technieken zoals gewapend beton te gebruiken omdat ze de mogelijkheden vergroten om ruimtes te overspannen.
De leden van De Stijl beïnvloeden elkaar in hoofdzaak via publicatie van teksten in hun tijdschrift en door brieven te schrijven naar elkaar. Theo Van Doesburg leidt de dans. Als hij het niet eens is met standpunten gebeurt het wel eens dat de discussie escaleert en dat leden de club verlaten. Ook met Huib Hoste gebeurt dat. Huib Hoste gaat zijn eigen weg; wel degelijk beïnvloed door De Stijl maar ook op zoek naar een eigen stijl.

Zijn verdere traject

Na zijn kennismaking in Nederland met het Modernisme vestigt hij zich terug in Vlaanderen en haalt er verschillende opdrachten binnen. Hij bouwt een woning voor dokter De Beir in 1926; het zwarte huis. Hoste had dokter De Beir leren kennen in Nederland. In Nederland had hij ook Louis Van der Swaelmen leren kennen, een stedenbouwkundige. Met hem ontwerpt en bouwt hij van 1921 tot 1928 de sociale woonwijk Klein Rusland in Zelzate. Hij experimenteert er ook met assebeton en het gieten van integrale muren.

Zijn samenwerking met Victor Servranckx voor het bureau-fumoir op de Expo Internationale des Arts Décoratifs et Industriels in Parijs (1925) is exemplarisch en toonzettend voor zijn latere interieuraankledingen. Hoste en Servranckx experimenteren met ruimte, kleur en meubels en ontwerpen een totaalkunstwerk waarin hun visie naar voor komt. Het bureau-fumoir is richtinggevend voor het salon in woning De Beir zijn eigen woning in Sint-Michiels maar ook inspirerend voor de woonkamer van Huis Billiet. In zijn kleurgebruik is hij schatplichtig aan zijn opleiding en hanteert hij een sterk neogotisch kleurenpalet.
KabinetFumoir-300pxjpg
Bureau-fumoir, ontwerp van Hoste en Sevranckx 

Huis Billiet ontwerpt hij in 1927. De invloeden van De Stijl komen tot uiting in driedimensionale, het kleurgebruik en de nieuwe technieken.

Het wegen op het debat

Naast zijn bijdrage in het tijdschrift van De Stijl neemt hij nog verschillende andere initiatieven om het moderne bouwen te promoten.
Na de oorlog is Hoste een van de oprichters van de Société des Urbanistes Belges. In 1920 en 1922 organiseert hij samen met De kunstenaar Jozef Peeters in Antwerpen en Brugge een internationaal congres over de moderne kunsten. Bijna 100 jaar geleden dus; een mooie verjaardag op komst.
In de jaren dertig legde hij zich meer en meer toe op stedenbouw. Samen met Le Corbusier ontwierp hij plannen voor de Antwerpse linkeroever. Met Renaat Braem deed hij dat voor de sanering van de Antwerpse binnenstad. In Brugge ontwerpt hij samen met Paul-Amaury Michel een nieuwe wijk tussen het station en de Brugse binnenstad; de plaats waar nu het Albert-park ligt.
stedenbouwkundig ontwerp Huib Hoste-300pxjpg
Stedenbouwkundig ontwerp van Hoste en Michel - foto: stedelijke musea Brugge 

Hij sluit zich in 1928 aan bij het Congres Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM). Hij is oprichter van het tijdschrift Opbouwen. Met dat tijdschrift wil hij de ideeen van CIAM uitdragen in Vlaanderen. Later start Hoste ook het tijdschrift Ruimte op om zo te blijven wegen op het architecturale en stedenbouwkundig debat.

Bescherming Oeuvre Huib Hoste

Huib Hoste schakelt van klassiek bouwen naar modern bouwen. Zijn verblijf in Nederland is daarbij belangrijk. De jaren ‘20 zijn volop experimenteel. Hij is naast bouwmeester ook aanjager van het debat en vormt zo een belangrijke stem in het architectuur- en stedenbouwkundig debat in Vlaanderen en Europa. In de jaren negentig vertaalt zich dat in het beschermen van wat hij heeft gebouwd. Op dat moment wordt beslist dat zijn werk zo belangrijk is dat het in de omgeving zichtbaar moet blijven en doorgegeven aan toekomstige generaties. Wij zijn blij daarin een rol te kunnen spelen.

Wat hij heeft gebouwd wordt sterk gewaardeerd; zijn stem naar waarde geschat. Maar toch staat zijn oeuvre soms ook onder druk. Zo dreigt de sociale woonwijk Klein Rusland te verdwijnen; niet langer geschikt voor sociale huisvesting, stedenbouwkundig niet zo goed ingeplant en de restauratie te duur. Zo weegt hij ook vandaag nog op het debat.

Wil je zelf op onderzoek en je verdiepen in het oeuvre van Huib Hoste dan raad ik aan om het boek ‘Huib Hoste 1881-1975’ te lezen.
boek Huib Hoste - 150pxjpg
Wil je opzoekingen doen in zijn archieven; dan vind je in het Archiefbank Vlaanderen een goed overzicht van waar zijn archieven worden bewaard.